Senator Jan
Loones waarnemer bij verkiezingen in Servië
(3 november 1996)
Vanuit de Belgische Senaat werden twee
parlementsleden, waaronder Jan Loones (fractievoorzitter Senaat VU), op verzoek
van de OVSE (Organisatie Veiligheid en Samenwerking in Europa), naar de federale
republiek Joegoslavië gestuurd, als internationaal waarnemer.
3/11/96
was voor Joegoslavië zowel een dag van federale verkiezingen (kamer van
Volksvertegenwoordigers) als lokale verkiezingen. De federale republiek Joegoslavië bestaat uit de republieken
Servië en Montenegro.
Deel
van Servië is bijvoorbeeld ook de zeer moeilijke “autonome provincie”
Kosovo.
Kosovo is bewoond door 80 à 90 %
Albanezen die een boycot van de verkiezingen hadden afgekondigd.
De Servische realiteit
Het
bezoek aan Servië bood meteen de gelegenheid om enkele vooroordelen over
Joegoslavië, en Servië in het bijzonder, te toetsen aan de werkelijkheid.
De Serviërs hebben zich inderdaad, in de
laatste Joegoslavië-catastrofe, alles behalve netjes gedragen, en dragen het
imago mee van aanstichter van het nationaliteiten-conflict, meteen ook
doodgravers van alle nationalismen.
De vele gesprekken en contacten hebben
Senator Loones nochtans een ernstige nuancering van dit beeld bijgebracht : Serviërs
zijn geen duivels en de oorzaak van het Joegoslavië-drama ligt hoegenaamd
niet enkel bij hen.
Een tweede soort vaststellingen betreft
de Joegoslavische en Servische samenleving zelf, bij ons nogal eens
voorgesteld als ouderwets socialistisch, met bovendien een catastrofaal
werkloosheidspercentage van 50%, en een gemiddeld nationaal inkomen van minder
dan 1500 US dollars, daarmee zowat het allerlaagste van Europa.
De socialistische regeringspartij, met de
communist Milosevic aan het hoofd, is blijkbaar verantwoordelijk voor het
merendeel van de Joegoslavische ongelukken.
Ter
plaatse kon echter ook vastgesteld worden dat Beograd een in hoofdzaak
verzorgde stad is, met prachtige lanen, een rijk toeristisch aanbod met vooral
zeer veel, bovendien levendige, jeugd.
De winkels bieden het breedst mogelijke
aanbod, in een luxueuze omgeving. De
geafficheerde prijzen doen enkel de vraag rijzen naar wie dan wel de kopers
van die produkten mogen zijn.
Zeer
duidelijk is Joegoslavië de weg op aan het gaan van een duale maatschappij
met zeer vele armen en enkele rijken, zonder echte middenklasse.
De
Joegoslavische bevolking lijkt slechts te overleven door het bestaan van een
zeer brede parallelle economie, waarbij iedereen zowat een bij-job heeft en,
bijna op zijn Vlaams, “zijn plan trekt”.
Of
: hoe een socialistische economie meteen onofficieel liberaal kan zijn.
De verkiezing
De
randvoorwaarden rond deze verkiezingen waren allesbehalve netjes.
De regerende socialisten van Milosevic
beheersen zowat alle media, TV en kranten. Aan de oppositie was een
TV-optreden gegund op het ogenblik dat, in dit voetbalgek land, Rode Ster
Belgrado zijn bekermatch speelde tegen Barcelona...
Naast de regerende socialistische partij
wordt, voor de radicaal linksen en zakenlui van het systeem (de “nouveaux
riches”), een alternatief geboden door “JUL”, notabene geleid door niet
minder dan de echtgenote van president Slobodan Milosevic, Miriana Markovic! Van een vaudeville gesproken !
In
het voordeel van de grootste partij werd, duidelijk op ongrondwettelijke
wijze, de kieswet gewijzigd en de kiesomschrijvingen opgetrokken van 10 tot
36, in een kiessysteem zonder apparentering van overschotstemmen.
Er
bleken tenslotte ook tal van moeilijkheden te bestaan rond de
kies-registratie, met bijvoorbeeld beschuldigingen rond gebruik van oude
kieslijsten waar jongeren niet werden opgenomen enz.
In Kosovo was sprake van 25%
niet-geregistreerde Servische kiezers.
Contrast
met deze randvoorwaarden vormde dan wel weer de goede organisatie van de
kiesverrichtingen zelf.
Vandaar
dat enkele internationale waarnemers zich ook lieten verleiden om de
verkiezingen op hun geheel als “free and fair” te beoordelen. In de kiesbureaus waren de verschillende partijen, inclusief
de oppositiepartijen, massaal vertegenwoordigd.
Overigens worden de kiesverrichtingen
zelf, in tegenstelling met ons systeem, volledig gedragen door de partijen.
Een
kiesdag strekt zich in Joegoslavië uit van 7 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s
avonds, in kiesbureaus die gemiddeld een duizendtal personen ontvangen,
bovendien zonder stemplicht.
Deze
kiezer moet er dan wel bijnemen dat hij eerst door straten gereden is die
bijvoorbeeld versierd zijn met grote spandoeken, gespannen dwars over de weg,
die ondubbelzinnig oproepen om te stemmen voor de regerende socialisten.
En
de burger mag zich er ook niet over opwinden dat hij bijvoorbeeld ook nog een
kiesbrief heeft ontvangen voor zijn echtgenote die al vier jaar overleden is.
De uitslag
De
uiteindelijke uitslag houdt weinig verassingen in: de regeerders van Slobodan
Milosevic blijven aan het roer, met nochtans een sterkere vertegenwoordiging
voor de oppositiepartij vooral in de steden en gemeenten.
Van
die oppositiepartijen valt vooral de winst op van de radicaal-rechtse Serven,
die meteen 18% behalen.
De
oppositie-coalitie (Zajedno , wat betekent samen) vormde al bij al niet een
echt bedreigend alternatief bij gebrek aan homogeniteit.
Voor
Joegoslavië worden thans de presidentsverkiezingen in 1997 zeer belangrijk.
Algemeen wordt verwacht dat de huidige meerderheid eerst de
bevoegdheden van deze president zal uitbreiden om dan zelf zijn kandidatuur te
bevestigen.
Besluit
Een
missie van internationale verkiezingswaarneming is, voor een parlementair
steeds een les in democratie.
De kennismaking met het kiessysteem en de
politieke sfeer in een land is hoe dan ook leerrijk.
In
de rand van het verkiezingsgebeuren had senator Jan Loones de gelegenheid om
zeer interessante contacten te leggen.
Er waren de parlementairen uit de andere
Europese landen; er waren de meewerkende ambassades, met een Belgisch
ambassadeur die werkelijk beschouwd kan worden als een Balkanexpert; er was
tenslotte de kennismaking met de Servische tolk die perfect Nederlands sprak,
en overigens ook kan beschouwd worden als een werkelijk Vlaams ambassadeur in
Servië: mr. Jelica Novakovic-Lopusina, vice lector Nederlands aan de
universiteit van Beograd, en bijvoorbeeld volop bezig met de voorbereiding van
een “culturele week der lage landen in Belgrado”.
Het is goed dat Vlaanderen ook met dit
boeiend gedeelte van Europa, waar het nationaliteiten-conflict ons zoveel
lessen heeft geleerd, contact houdt.
Beograd - Oostduinkerke 4-5
november 1996
