VU-Senator Jan Loones maakt, als enig parlementslid, deel uit van een 10-koppige Belgische delegatie naar Koerdistan (Turkije en misschien Irak), ter ondersteuning van de autonomiestrijd van het Koerdische volk.
De delegatie is gevormd op uitnodiging van de coördinatie "Stop de oorlog tegen het Koerdische volk", en "Diyarbakir Demokrasi Platformu ile Dayanisma Burosu" (het platform voor democratie en solidariteit in Diyarbakir).
Op het programma van de delegatie staan allerlei contacten met de mensenrechtenorganisatie IHD, advocaten, vakbonden en democratische organisaties.
Kernmoment van de activiteiten vormt de deelname, samen met andere buitenlandse delegaties, aan het Koerdische "Newroz", op 21 maart. Ieder jaar op 21 maart, vieren de Koerden dit soort Nieuwjaarsfeest bij het begin van de lente. Voor de Koerden betekent dit feest echter veel meer dan een lenteviering. Zij steken vuren aan, zingen, dansen en uiten massaal hun verlangen naar vrijheid en rechtvaardigheid.
VU-Senator Jan Loones wil, in de escalerende Koerdische kwestie, een beter beeld krijgen van de houding van de Turkse staat tegenover de verzuchtingen van de Koerden.
Dat hem daartoe vanuit de Senaat, met deze delegatie, de kans wordt geboden, beschouwt hij als een uitdaging en een eer.
De delegatie bestaat verder uit 3 journalisten, een fotograaf, een onderzoeksmedewerker KUL, 3 vredeswerkers, een vertaler, ...
Platformtekst
De Koerden zijn een volk van zowat 35 miljoen. Ze zijn sinds vele decennia het slachtoffer van oorlog en geweld, en de speelbal van regionale en supra-regionale grootmachten. Het resultaat is verschrikkelijk: duizenden doden, martelingen, executies, etc. zijn dagelijkse kost geworden. Het Westen draagt mee verantwoordelijkheid. Het heeft totnogtoe weinig initiatieven genomen om de Koerdische kwestie tot een politieke oplossing te brengen. Meer nog, een aantal, ook Europese, landen voedt het conflict door massale wapenleveringen.
De Turkse staat probeert sinds haar oprichting de Koerden te assimileren. In het Koerdisch gebied woedt een oorlog, waarbij reeds 30.000 doden zijn gevallen. Zowat 3000 dorpen werden geëvacueerd of platgebrand. Vele miljoenen Koerden zijn op de vlucht en leven in erbarmelijke omstandigheden.
Het Turkse leger heeft meermaals de internationale rechtsregels geschonden door haar eigen grenzen te overschrijden. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Turkije op 16 september 1996 veroordeeld voor het gedrag van het Turkse leger in het Koerdische gebied. Er zijn duidelijke bewijzen van folteringen en executies op grote schaal.
In Noord-Irak ontstond na de Golfoorlog een feitelijke "vrije zone", waar de Koerden een vorm van zelfbestuur trachtten op te zetten. Deze "vrije zone" is echter niet internationaal erkend. De Koerdische organisaties ter plaatse worden tegen elkaar uitgespeeld door Iran, Irak en Turkije en andere regionale en supra-regionale grootmachten. De burgerbevolking is daarvan het grootste slachtoffer.
In Iran en Syrië worden de Koerden eveneens systematisch gediscrimineerd en dit zowel op cultureel, economisch als op poltiek vlak.
Basiseisen voor het Koerdische volk zijn:
Dat alle Westerse overheden aandringen op een volledig respect van de volkeren- en mensenrechten.
Dat er gezocht wordt naar een politieke in plaats van een militaire oplossing van het conflict.
Dat de wapenhandel met de landen dan de regio moet worden stopgezet."